Hoe voorkom je het carpaal tunnel syndroom?

Misschien ken je het wel: je bent op je werk, de kop koffie is gezet en dan kruip je achter je bureau. Halverwege de dag merk je dat je handen een beetje beginnen te slapen en je schudt ze even los. Later in de week merk je dat dit steeds meer gebeurt en dat je nu zelfs ’s nachts wakker wordt van tintelingen. Je werkzaamheden gaan niet meer zo makkelijk als voorheen en je nachtrust is ook niet meer wat het was. Maar wat is carpaal tunnel syndroom eigenlijk? Waar komen de tintelingen vandaan? En wat kun je eraan doen?

Het carpaal tunnel syndroom

Bovenstaand beschreven fenomeen, kan betekenen dat u last heeft van het carpaal tunnel syndroom, afgekort CTS. Dit syndroom ontstaat door een beknelling van de nervus medianus. Dit is een zenuw die door een nauwe tunnel in het midden van de hand loopt, samen met de buigpezen van de vingers. Deze tunnel noemen wij de ‘Carpaal Tunnel’. De zenuw kan bekneld raken door bijvoorbeeld zwelling van weefsel. Dit kan leiden tot een pijnlijk, tintelend en/of doof gevoel. Maar hoe herken je het carpaal tunnel syndroom nu eigenlijk? In onderstaand lijstje vind je de meest voorkomende symptomen, maar let op: niet alle symptomen hoeven tot uiting te komen.

Kenmerken carpaal tunnel syndroom

  • Prikkelend en/of pijnlijk gevoel in de handpalm en vingers (met name de wijs-, middel- en ringvinger);
  • Een gezwollen dik gevoel in de hand;
  • Uitstralende pijn naar de onderarm, elleboog en schouders;
  • Vermindering van kracht in de hand.


Let op! In de nacht nemen de klachten vaak toe, waardoor je hier wakker van kan worden.

Maar wat is nu de oorzaak van een carpaal tunnel syndroom en waarom heb juist ik dit gekregen?

We weten al dat de beknelling van de zenuw doorgaans wordt veroorzaakt door zwelling van het weefsel rondom de pezen, maar de reden waarom deze pezen opzwellen is meestal onbekend. Wel is bekend dat hormonen een rol kunnen spelen. Zo komt het carpaal tunnel syndroom regelmatig voor tijdens een zwangerschap of de overgang, maar kan het ook voorkomen bij een te langzaam werkende schildklier (hypothyreoïdie) of overproductie van het groeihormoon (acromegalie).

Een tweede mogelijke oorzaak is het opzwellen door irritatie, zoals bij reuma, fibromyalgie, suikerziekte of simpelweg zware handarbeid.

Een derde reden kan zijn, een trauma dat leidt tot het carpaal tunnel syndroom. Denk aan een vernauwing van de tunnel door een breuk of kneuzing.

Let op! Drugs, roken, overgewicht en zelfs het te veel drinken van koffie kan leiden tot het carpaal tunnel syndroom!

Wat te doen bij carpaal tunnel syndroom?

Conservatief

Om conservatief (dus zonder operatie) van het carpaal tunnel syndroom af te komen, zijn er twee mogelijkheden:

De eerste mogelijkheid is het nemen van rust. Dit kan bijvoorbeeld door gedurende de nacht een polsbrace (of spalk) te dragen. Hiermee wordt de pols in een neutrale positie gehouden, waardoor de zenuw niet afgekneld wordt (denk bijvoorbeeld aan het slapen op de hand of met een gebogen pols); Optie twee is om, in overleg met een arts, een injectie met corticosteroïden te laten zetten. Dit kan effect hebben bij een vroeg stadium van het carpaal tunnel syndroom. De corticosteroïden hebben een ontstekingsremmende werking, wat ervoor kan zorgen dat de druk en zwelling van de pezen afnemen. De zenuw krijgt zo weer de ruimte om “te ademen”. De injectie kan zorgen voor een snelle vermindering van klachten.

Operatief

Er is de mogelijkheid om operatief wat te doen tegen carpaal tunnel syndroom en de klachten. Dit wordt vaak gedaan als de klachten niet overgaan met rust, een injectie of deze al langer dan drie maanden aanwezig zijn. De operatie vindt plaats onder een plaatselijke verdoving, waarna de arts een kleine snede maakt in de handpalm. De carpale tunnel wordt opengesneden, waardoor de tunnel groter wordt en de zenuw weer “ademruimte” heeft.

Belangrijk na een operatie

Na ongeveer drie dagen mag de hand onbelast gebruikt worden (dit betekent dat er niet zwaarder getild dient te worden dan een halve kilo) en in principe mag na twee weken weer alles gedaan worden. Het hangt echter af van het type werk dat u doet of dit weer volledig opgepakt kan worden. Bij kantoorwerk kunnen de werkzaamheden bijvoorbeeld eerder weer opgepakt worden dan door een stratenmaker. Echter, hangt dit van elke persoonlijke situatie af en bespreek dit dus ten alle tijden met de handtherapeut of desbetreffende chirurg.

Let op!

  • Na de operatie is er een tijdelijk verlies van de (knijp)kracht, dit herstel duurt ongeveer twee tot drie maanden;
  • Het kan drie tot zes maanden duren voor het gevoel (vooral het aanrakingsgevoel van de vingertoppen) helemaal terug is.


Na alle informatie is het misschien wel duidelijk dat het veelvuldig herhalen van een bepaalde beweging of het continue uitoefenen van druk/kracht in een bepaalde houding kan leiden tot het carpaal tunnel syndroom. Het is dan ook belangrijk dat we deze bewegingen na de operatie zoveel mogelijk willen vermijden. Met de operatie zijn de ergste klachten weg doordat het tunneltje is doorgesneden, maar dit betekent nog niet dat de zenuw (die bekneld heeft gezeten) volledig genezen is. Rust is daarom belangrijk na de operatie en zeker de eerste twee weken. Zodra er na de operatie te snel in de verkeerde houding of met repeterende bewegingen (denk aan: het lang achter elkaar uitvoeren van computerwerk) wordt gewerkt, heeft de zenuw minder de kans om goed te herstellen. Het herstelproces zou dan ook langer kunnen duren.

Dit betekent niet dat na de operatie helemaal niks gedaan mag worden. Het oppakken van de werkzaamheden kan zeker gedaan worden, maar daarbij is het belangrijk dat u de pols in de juiste polspositie gebruikt (een voorbeeld hiervan vind je bij de tips) en de hand niet overbelasten. Genoeg pauzes nemen is dus een pré.

5 tips bij het conservatieve en operatieve beleid én om carpaal tunnel syndroom te voorkomen

Er zijn geen bewezen strategieën om het carpaal tunnel syndroom te voorkomen. Echter, je kunt wel de kracht die wordt uitgeoefend op je handen en polsen beperken door de volgende tips door te nemen en mee te nemen in het dagelijks leven:

  • Ontspan de greep van de hand, vaak zetten we veel te veel kracht terwijl dit niet nodig is. Een stofzuiger gaat bijvoorbeeld niet harder “zuigen” als we de stang met veel kracht vasthouden;
  • Zoals eerder beschreven is het nemen van pauzes belangrijk, zeker bij het uitvoeren van repeterende bewegingen. Maar in de praktijk is dit niet altijd even makkelijk. Hieronder een aantal tips om je op weg te helpen:
    • Zet een alarm om de dertig (iets meer of minder mag natuurlijk ook) minuten en ga dan een rondje lopen, bijvoorbeeld door de gang;
    • Zorg ervoor dat je ten alle tijden iets te drinken hebt. Zodra je mok of glas leeg is, is het een mooi pauze moment om iets te drinken te halen;
    • Het halen van drinken voor je collega’s zal door je collega’s als sympathiek worden ervaren, maar is voor jezelf een mooi moment om pauze te nemen;
  • Eerder is gesproken over de neutrale polspositie, dit houdt in dat de pols niet teveel gebogen is en niet teveel naar de pink of duim buigt. De video hieronder, van het Handencentrum Utrecht kan u daarbij helpen). Een voorbeeld: geef jezelf genoeg ruimte op je bureau. Leg het toetsenbord dusdanig ver op het bureau dat de onderarmen ontspannen steunen, met de pootjes plat. Gebruik zoveel mogelijk sneltoetsen, maar als je moet muizen, zorg er dan voor dat de muis genoeg ruimte heeft zodat de beweging niet uit de pols komt, maar vanuit de elleboog.
  • Naast de aanpassing voor de hand/pols regio is het ook belangrijk om een complete ontspannen houding aan te nemen. Denk bijvoorbeeld ook aan de schouders en de nek. Als er verkrampt gewerkt wordt vanuit de schouders en nek, dan kan dit ook invloed hebben op de pols en hand.
  • Zorg ervoor dat de handen niet verkrampen, dit gebeurt vaak als de handen koud zijn of te lang in dezelfde positie blijven. Er ontstaat dan vaak stijfheid wat pijn kan veroorzaken. Tip: zit je in een omgeving waarbij je de temperatuur niet kan veranderen, draag dan vingerloze handschoenen en zorg ervoor dat je je handen af en toe van de muis en het toetsenbord afhaalt, bijvoorbeeld als je praat.


“Dus, op een rijtje”

  • Bij het carpaal tunnel syndroom kun je last hebben van tintelingen (vooral ’s nachts), een doof gevoel, krachtsverlies, een opgezwollen gevoel in de hand en/of uitstralende pijn naar de onderarm, ellenboog en schouder;
  • Het carpaal tunnel syndroom kan verschillende oorzaken hebben: hormonaal, medisch, na trauma, arbeids- of leefstijl gerelateerd;
  • Er zijn drie manieren om van het carpaal tunnel syndroom af te komen: met rust (bijvoorbeeld door middel van een brace), door een corticosteroïden injectie of door middel van een operatie;
  • Wat het beleid ook zal zijn voor u, belangrijk is om rust te nemen, de hand niet te overbelasten en de pols in de juiste (pols)positie te gebruiken.